Een cochleair implantaat (CI) is geen 'beter gehoorapparaat'. Het is een ingrijpend, operatief geplaatst hulpmiddel dat het binnenoor omzeilt en de gehoorzenuw rechtstreeks elektrisch stimuleert. Voor mensen voor wie gehoorapparaten niet (meer) genoeg doen, kan het een wereld openen die anders gesloten was.
Hoe werkt het?
Een CI bestaat uit twee delen. Een operatief geplaatste ontvanger met elektrode-array in het slakkenhuis, en een uitwendige spraakprocessor achter het oor. De processor vangt geluid op, zet het om in digitale signalen en stuurt die via de huid naar de inwendige ontvanger, die de gehoorzenuw stimuleert.
Voor wie?
Een CI komt in beeld bij ernstige tot zeer ernstige perceptieve doofheid waarbij gehoorapparaten onvoldoende spraakverstaan opleveren. Ook bij plotselinge doofheid en bij dove kinderen (hoe jonger geïmplanteerd, hoe beter het taalverwerken zich ontwikkelt) wordt het overwogen. Een gespecialiseerd CI-team beoordeelt elke individuele situatie.
Wat hoor je ermee?
Eerlijk: niet hetzelfde als 'natuurlijk' horen. In het begin klinkt geluid voor veel CI-dragers blikkerig of robotachtig. Met training (revalidatie) leert het brein de nieuwe signalen interpreteren. Na een halfjaar tot een jaar kunnen de meeste volwassen CI-dragers weer gesprekken volgen, telefoneren en soms zelfs van muziek genieten.
Operatie en revalidatie
De operatie zelf duurt 2 tot 4 uur en gebeurt onder narcose. De processor wordt 4 tot 6 weken later aangesloten. Daarna volgt een intensief revalidatietraject van afspraken, oefeningen en fijn-afstelling. Plan hier tijd voor in, het is een marathon, geen sprint.
Wat het niet doet
Een CI vervangt het gehoor niet één-op-één en geeft geen garantie op 'normaal' horen. Sommige mensen krijgen minder resultaat dan gehoopt, anderen meer. Daarom hoort de afweging altijd thuis bij een ervaren CI-team, niet bij commerciële aanbieders.




